Vaak geef ik concerten met duo Puur die ons erg goed bevallen. We worden gastvrij ontvangen, krijgen een plek toegewezen waar we kunnen spelen en meestal wordt ons ook nog een kopje koffie of thee aangeboden. Veel eisen hebben we niet: we nemen zelf altijd eten en drinken mee, hebben geen pianokruk of wat voor ander materiaal nodig. Hooguit een microfoon om de stukken aan te kondigen als de zaal te groot is (of mensen te doof zijn…) om zonder af te kunnen. We vragen wel een parkeerplaats in de nabije omgeving i.v.m. het uit- en inladen van de harp. Maar dat is meestal geen probleem.

Laatst werden we gevraagd om enkele muzikale intermezzo’s te verzorgen tijdens een evenement. Ik had op zijn minst al argwaan moeten krijgen toen ik een week voor de uitvoering werd gebeld om de laatste puntjes door te spreken en men mij zei dat wij ook muziek moesten verzorgen bij aankomst van de gasten, wat we niet hadden afgesproken (les 1). Dat vind ik altijd een lastige situatie: wanneer kun je glashard ‘nee’ zeggen en je aan de afspraken houden? Van de in eerste instantie afgesproken drie stukken hoefden we er uiteindelijk ook maar twee te spelen, dus ter compensatie van die derde ging ik akkoord. Achtergrondmuziek hebben we altijd in ons repertoire en kost ons geen extra moeite.
Van tevoren wisten we ook dat we ons moesten melden bij de hoofdlocatie en dat we even verderop zouden moeten gaan spelen, in de openlucht. Bij regen of andere vorm van neerslag zou een tent worden geregeld (kijk, dat hadden we van tevoren wel afgesproken). En de temperatuur: we gokten erop dat het mooi weer zou zijn en we niet zouden verkleumen (les 2: nooit gokken…).

We komen precies om de afgesproken tijd, een half uur voor de start van de inloop, aan bij de hoofdlocatie alwaar we even moeten wachten voor we opgehaald worden om begeleid te worden naar de plek. Bij de hoofdlocatie vertrek ik meteen naar het toilet, want: zwanger = zeker elk anderhalf uur een bezoekje aan het toilet. Ter plekke besluit ik de rest van de avond geen slok meer te drinken, want ik voorzie al dat ik de rest van de avond geen gelegenheid krijg om een toilet te bezoeken.

We rijden achter onze ‘gids’ aan naar de plek des onheils. Een fantastische plek, maar bij het zien van een tafeltje met acht flesjes anti-mug wordt mijn stemming al aardig mineur. ‘Ja, we hebben wel wat last van muggen hier.’ Niet alleen gewone muggen blijkt later.
Annegreet kan de harp op de betreffende plek uitladen en neerzetten op een bobbelige ondergrond. Aj. Niet aan gedacht: een vlakke ondergrond (les 3). ‘Nee, de kaars daar wil ik vrij houden.’ Harp verplaatsen. ‘Nee, de mensen moeten jullie kunnen zien als ze aan komen.’ Harp verplaatsen. Harp stemmen. ‘Wat is zo’n instrument toch mooi, bla bla bla.’ Sssst, HARP AAN HET STEMMEN! Auto wegzetten, want ‘mensen mogen de auto niet zien’. Sleutel kwijt, WAAR IS DE SLEUTEL. Sleutel gevonden, auto wegzetten. Teruglopen, DE EERSTE GASTEN KOMEN. Omkleden. Waar? Achter een boom, perfecte omkleedruimte (les 4). Had ik zelfs ook nog kunnen gaan plassen, aan de toilet-eis voldaan. Fluit stemmen, koud. Starten met spelen, na 15 seconden: fluit warmer, ontstemd. So be it, zo goed mogelijk in tune gespeeld. ANTI-MUG! NU! Helemaal ingespoten, heerlijk, die lucht. 20.00 uur start programma. Komen nog steeds mensen aanlopen. Doorspelen dus. 20.05. 20.08, 20.11, ah, het begint. Lang leve onze achtergrondmuziek en 2x gespeelde stukken (niemand gehoord, toch??).
Inleiding, saai. Brr, het wordt kouder. Inleiding saai én lang. Toespraak 1. Saai en nog langer. Toespraak 2, nog saaier en nóg langer. Mug? Bam. Nog een mug. Bam. Kriebel, koud, nog een mug, dikke hommel ZZZZMMMMZZZZZ, mug, koud. Toespraak 3: oneeee!! Gelukkig, interessant en kort. O, we moeten spelen. Snaren ontstemd. Fluit koud en ontstemd, maar we maken er het beste van. Mensen gaan even elders naartoe en als zij terugkomen moeten wij nog 1 stuk spelen. Het wordt schemerig, lessenaarslampjes nodig. Wél aan gedacht. Op batterijen, want we wisten dat er geen stroom voorhanden was. Spelen het laatste stuk, met jas aan en sjaal om, en pakken zo snel als we kunnen in. Brengen alles lopend naar de auto (want er is nog een borrel en die mogen we niet verstoren met de auto) (les 5). Nemen een halve zandbak mee in de auto, doen de verwarming op zijn warmst, rijden weg en concluderen: ‘Als we nog eens gevraagd worden om buiten een concert te geven, stellen we de volgende eisen: een harde ondergrond, uit- en inladen op de concertplek, GEEN muggen, 1 mug? Inpakken, en wegwezen, factuur nasturen. Niet kouder dan 20 graden, maximaal een uur durend, een wc op loopafstand’. Conclusie: we nemen geen buitenconcerten meer aan. (Tenzij er aan maximaal één voorwaarde niet wordt voldaan en het wel héél goed betaald wordt :)) (les 6)

De volgende dag ontdek ik 7 (!) muggenbulten op mijn voet, geprikt door waarschijnlijk één net zo gefrustreerde mug als ikzelf was de hele avond.

Advertenties