Oftewel: de 10 mooiste Bijbelverhalen van Meppel, die zijn gekozen door Meppelers.

10 mbv Meppel

Hoe ik hier zo beland? Ik geloof in God en ga naar de kerk in Meppel, de PKN (protestantse kerk in Nederland). Vroeger niet, toen geloofde ik wel in God, maar ging naar de evangelische kerk de Pijler in Lelystad. In Enschede, waar ik gestudeerd en jaren gewoond heb, heb ik ge-kerk-shopt, maar stopte ik te weinig energie in het vinden van ‘mijn’ kerk. Daarna ging ik in Meppel wonen en het zag ernaar uit dat ik daar wel even zou blijven, dus ben ik actief op zoek gegaan. Alhoewel: op zoek… Mijn man was van huis uit hervormd, die kerk was inmiddels samen met de gereformeerde kerk. Ik sloot me aan bij een gespreksgroep 20+ (inmiddels getransformeerd naar 25+ en gaat al aardig naar de 30+), ontmoette daar Mannes Hofsink, cantororganist van de kerk en maakte af en toe samen met hem muziek. Goed bespeeld kerkorgel vond ik inmiddels prettiger luisteren dan een band in de kerk, alhoewel ik wel heel erg moest wennen aan de vaste liturgie en de ‘moeilijke woorden’. Nog steeds vind ik dat de taal over het algemeen makkelijker kan, maar ik ben een en ander wel gaan waarderen en ook gaan begrijpen.

‘Vroeger’ speelde ik wel eens mee met een band in de kerk. Opwekkingsliedjes waar vooral de drums, digitale piano en elektrische- en basgitaar een prominente rol in speelden. Sinds ik professioneel muziek maak, doe ik dat zo goed als niet meer. Liever speel ik met Mannes een mooie Bach-sonate tijdens de kerkdienst. Maar ja, toen kwam de vraag of ik met een band mee wilde spelen tijdens het slotevenement van de 10 mbvM waarin verhaal nummer 1 (het kerstverhaal) bekend zou worden gemaakt. De band, bestaande uit mensen van verschillende kerken in Meppel, zocht nog een fluitist om een paar liedjes mee te spelen. En er deed nog niemand vanuit de PKN mee.

Dilemma nr 1 is ‘geld’. Muziek maken is mijn werk en daar verdien ik geld mee, maar veel activiteiten in de kerk worden gedaan door vrijwilligers en ook ik wil vrijwilligerswerk voor de/een/mijn kerk doen. Ik heb al verschillende discussies hierover gehoord en gevoerd, iedereen denkt er weer anders over, maar hoe denk IK erover? Ik bekijk meestal per situatie hoe ik erover denk en of ik het ‘pro Deo’ doe of niet.

Dilemma nr 2 is ‘laag frustratieniveau’. Er werd me beloofd dat er goede muzikanten mee speelden. Niets ten nadele van de ‘minder goede muzikanten’, maar door ervaring weet ik dat mijn frustratiedrempel in de muziek met de mensen waar ik mee moet optreden (vaak in dat geval – oneerbiedig gezegd – amateurs) zo af en toe snel is bereikt. Dan zeg ik iets toe en denk na afloop: waarom heb ik dit nu weer toegezegd?

Ik heb toegezegd. Mijn agenda liet me toe om twee halve repetities mee doen, maar dat zou wel genoeg moeten zijn.

Voor de eerste repetitie krijg ik de muziek met instructie: dat en dat liedje speel je mee. Bij dat liedje je vioolpartij (WELKE vioolpartij? Ah, mp3 is toegevoegd en ik kon dus aan de slag met het abstraheren van de viool en de nootjes in mijn bladmuziek noteren. Leuk, al die Opwekkings-syncopes en kwartentriolen…), daar en daar wat ‘gefiedel tussendoor’. Euh, ik ben klassiek fluitist. Ik laat me niet kennen, plan een avond in waarin ik ‘tussendoorfiedelnootjes’ bedenk en in mijn partij schrijf, zodat ik gewoon van blad kan lezen.

(Mijn) Eerste repetitie. ‘Dat liedje doen we in C, daarna moduleren we naar D, en oja, het begint met een intro door fluit en piano, na eerste couplet tussenspel, maar wel meteen beginnen op de derde tel van de laatste maat graag.’ Het liedje staat in Es. Het doet me goed dat ik woorden als ‘modulatie’ hoor en dat de muzikanten dat ook snappen. Ik schrijf snel de hele volgorde mee, want onthouden doe ik het nooit; ik ga er vanuit dat ook de andere liedjes het een en ander aan instructie krijgen namelijk, en bedenk op welke toon ik dan moet beginnen. Fluitist he, transponeren is nooit mijn sterkste kant geweest.

Voor repetitie twee (2 maanden later) loop ik álle liedjes nog eens na, inclusief alle volgordes, toonsoorten, herhalingen, intro’s, outro’s, tussenspel, modulaties etc etc. Het gaat goed.

Tijdens het slotevent word ik versterkt (ook weer zoiets, ik ben klassiek fluitiste…) en oja, of ik in het koningsblauw/wit/grijs/ecru kan komen. Leuke uitdaging aangezien mijn positiekledinggarderobe nu niet echt bepaald elke kleur bevat. Ik neem een duik in mijn kledingkast en vind warempel kleren in passende kleuren.

Tijdens de dienst en ’s avonds denk ik nog wat na: afgelopen jaren is mijn geloofservaring van de ene naar de andere kant verschoven. Waar ik vroeger blij werd van een evangelische dienst, merk ik dat ik tegenwoordig niet meer zo goed tegen de ‘evangelische’ taal kan; ik voel me lang niet altijd prettig bij de soort woorden die gebruikt worden. Is mijn geloof slechter geworden? Nee, niet slechter of minder goed, maar anders. Ik geloof op een manier die nu bij mij past.
Desalniettemin vond ik het leuk om weer eens met een enorm enthousiaste groep mensen samen te werken en vond ik het zelfs wel leuk dat ik zo versterkt werd dat iedereen in de omgeving mij kon horen zonder dat ik moeite hoefde te doen om op te boksen tegen het geweld van de drums, gitaren etc 🙂

Advertenties