Tags

,

Ik wil altijd snel. Ik werk snel, doe snel, reageer snel, denk snel. Handel na het denken soms niet altijd even snel, maar over het algemeen is het bij mij: snel snel snel. Wat heel veel voordelen heeft, maar afgelopen tijd ben ik erachter gekomen dat het niet altijd even handig is. Soms is het beter om langzamer te gaan. Iets te laten rusten, fysiek en mentaal.

Ik loop snel, ik fiets snel, ik werk snel. Dingen moeten bij mij gewoon snel en het liefst ook enorm efficiënt gebeuren. Het gevaar is dat ik mijn tempo als normaal beschouw en ik moeite heb met een (iets) langzamer tempo van een ander. Als ik in een flow zit, gaat bij mij alles nog 10 keer sneller waardoor ik zelfs mijn eigen normale tempo als te langzaam kan zien. Het kost me soms wel moeite om terug te gaan naar mijn normale tempo, laat staan naar een tempo ónder mijn normale tempo! Dat mijn zwangerschap tot nu toe best goed gaat, helpt niet echt mee om een tandje terug te schakelen. Mijn lijf doet nog steeds bijna alles wat ik er van vraag. Pas als ik over een grens gegaan ben, denk ik: hé, misschien moet het eens rustiger. Het zal altijd een leerpuntje blijven, maar het gaat me in sommige situaties al steeds makkelijker af.

Ik denk dus ook snel. Maak snelle denksprongen en verwacht vaak ook van mensen dat ze mijn tempo kunnen bijhouden. Waar andere mensen 10 stapjes voor nodig hebben, heb ik er soms maar 2 nodig en zie ik soms écht niet dat er meerdere tussenstapjes zijn. Dan raak ik weer een beetje gefrustreerd dat mensen me niet kunnen volgen. Terwijl het meestal aan mezelf ligt. Ook dat heb ik ontdekt de afgelopen jaren en ik probeer in sommige situaties echt in kleinere stapjes te denken, heel onderwijskundig-instructietechnisch-verantwoord 🙂 (En gelukkig zijn er ook onderwerpen waarbij ik degene ben die in 10 stapjes moet denken!)

In december 2013 leerde de praktijk mij dat constant te snel denken, willen, doen niet goed gaat. Niet als je niet de ruimte neemt om langzaamaan te doen, een paar tandjes terug te schakelen, een ‘hour off’ neemt. Niet alleen op privégebied, maar ook op kantoor-werkgebied. Ik verveelde me steeds meer (al had dat niet alleen te maken met snel werken; mijn werkzaamheden waren ook dusdanig routinematig en voor mijn gevoel richting zinloos dat ik er geen uitdaging meer in zag en ik zat vaak alleen op kantoor) en had het gevoel nutteloos bezig te zijn. Soms zat ik mijn tijd uit. Ik deed mijn werk, snel, en zag en voelde geen uitdaging en in de kerstvakantie ging het mis. Waar ik al eerder over schreef en vaker naar verwijs. Daar komt mijn snelle ik weer om de hoek kijken: de eerste werkdag na de vakantie hing ik om 8.15 uur aan de telefoon met de huisartsenpraktijk en om 11 uur zat ik bij de huisarts. Die me zei dat ik eens rust moest nemen en twee weken thuis moest blijven en alleen maar leuke dingen moest gaan doen. Hiep hiep hoera voor deze vrouw! Intussen schakelde ik wel meteen de bedrijfsarts van mijn kantoor-werk in, mailde mijn familie de hele update, kreeg een interessante naam van mijn vader in een reply terug, nam contact op met deze man, had een gesprek, verwees me door naar Margreet Bijnagte van Turn-Out waar ik de week erna een gesprek mee had wat resulteerde in het supervisie traject. In eerste instantie dacht ik aan ontslag nemen, zo snel mogelijk. Ik dacht enorm veel na over wat Margreet en ik bespraken, aan de input die zij mij gaf en ervoer alsnog geen rust. Maar Margreet zou Margreet niet zijn als zij de rem er bij mij op zette en op een gegeven moment zei: “Je denkt nu even niet meer na en neemt geen ontslag.” Ok. Ik volgde haar advies op, want ze kwam wel verstandiger over dan ik op dat moment 🙂
Vanaf dat moment kon ik ook wat langzamer aan doen. Ik voelde me in eerste instantie ontzettend schuldig dat ik niet aan het kantoor-werk was en dat het ‘zo lang’ duurde voordat ik me weer een heel klein beetje in balans voelde en überhaupt aan kantoor-werk kon denken. Ik heb drie maanden niet gewerkt en die tijd had ik ook echt nodig. Om mezelf weer te hervinden, te ontdekken wat er nu eigenlijk gebeurd was, én: hoe ik niet weer in dezelfde situatie terecht zou komen! Want er moest echt iets veranderen bij mij, in mijn gedrag, in mijn werktempo. En dat duurt over het algemeen iets langer dan twee weken. Of een maand, of twee maanden.

Wat doe ik nu anders dan voorheen? Mijn normale tempo ligt nog steeds hoog, in alles, dat vind ik fijn werken. Maar ik kan nu ook beter pauze nemen, eerder stoppen, later beginnen, zonder me schuldig te voelen. Nieuwe ideeën even laten rusten voor ik er als een gek mee aan de slag ga. Blogs bijvoorbeeld niet meteen op papier zetten als ik een (vaag) idee heb, maar eerst even laten bezinken in mijn hoofd totdat het wat meer concreet is geworden. En daarna als een gek alles typen of schrijven 🙂
Beter luisteren naar mijn lichaam heb ik ook geleerd. Bij de eerste tekenen van zere schouder/nek meteen de manueel therapeut bellen in plaats van af te wachten totdat het (weer) veel te erg is. Maar ook: even op de bank zitten met een kopje thee en een boek, en het liefst een stuk goede (fair trade) chocola. Op een doordeweekse dag, als Joris er niet is, zonder me schuldig te voelen! Even rust nemen om daarna weer (snel) verder te gaan. Luisteren naar wat mijn lichaam aangeeft als de grens (bijna) bereikt wordt in plaats van de negeerstand in te schakelen. Het zit hem bij mij niet in de grote dingen als een week extra op vakantie gaan of een dagje sauna om te relaxen (al is dat natuurlijk heerlijk!), maar meer in de kleine dingen gedurende de dag. Dan houd ik het vol.

Wat betreft mijn kantoor-werk: dat ‘probleem’ is nog niet helemaal opgelost, maar ik ben ermee bezig! Ook daarin gun ik mijzelf tijd en wil niets overhaasten.

Advertenties