Tags

,

De kraamweek is bijna ten einde en ik merk dat ik deze week vaak vergelijk met de eerste kraamweek: toen Joris was geboren. Ik zie zoveel verschillen, en maar een paar overeenkomsten.

De verschillen: ik was de eerste keer compleet overdonderd. Van alles. Van de bevalling, van het feit dat ik moeder was geworden, van de gebroken nachten, van de hele verzorging van een baby, van alle borstvoedingsperikelen en aanvullende kunstvoeding, van mijn lichamelijke (slechte) gesteldheid, van alle kraamtranen. Ik was enorm onzeker: kon ik dit wel? Waar was ik beland, wat gebeurde er allemaal? De kraamverzorgster die we toen hadden was als een engel uit de hemel. Ik zag uit naar 8.00 uur ’s ochtends en zag op tegen 16.00 uur ’s middags. We kregen meer uren kraamzorg doordat de borstvoeding niet op gang kwam en de kraamverzorgster mocht twee dagen extra blijven. Twee dagen! En daarna nam ik met tranen afscheid, want ik zag het niet echt bepaald zitten. In één week was ik nog niet gewend aan het moederschap. Joris spuugde veel: wat was er aan de hand? Te veel flesvoeding? Te weinig? Krampjes? Wist ik veel wat er aan de hand was met hem. En wat ik eraan kon doen.
En ook lichamelijk was ik niet veel beter. Ik had enorm last van de knip en alle hechtingen, kon amper staan en lopen, hield zoveel vocht vast dat mijn polsen ontzettend zeer deden en ik daarvoor nog weken naar de handtherapeut kon. En door die zere polsen kon ik ook niet pijnvrij de fles geven en de wandelwagen duwen. Door het vele liggen in bed kreeg ik last van mijn ribben en is er nog een paar keer een fysiotherapeute aan huis geweest. En dan niet te vergeten de scheur in mijn kringspier met alle vervelende gevolgen van dien. Kortom: van een roze wolk was niet echt sprake.

Deze kraamweek echter, wat voelde ik mij na de bevalling goed! Ik had de vorige bevalling als referentie, en het viel me nu zo mee. Ik kon gewoon douchen na de bevalling, zonder flauw te vallen! Ik kon gaan staan zonder meteen weer te moeten zitten. Ik kon de volgende ochtend beneden ontbijten, beneden lunchen, beneden avondeten, en ik kon dus steeds de trap af en op. Wat een verademing. Ik hield geen vocht vast, had geen zere polsen. Geen scheur in de kringspier (dit keer voldoende voorzorgsmaatregelen genomen, al ruim voor de bevalling). Zit niet zo in over mijn overtollige kilo’s: het zijn er veel minder dan de vorige keer en ik weet dat ze er met een paar maanden wel weer af zijn, als ik weer lekker kan bewegen.
Ook hoefde ik geen moment te wennen aan Karlijn. Het moederschap heb ik inmiddels wel een beetje onder de knie na drie jaar. Ik wist wat me te wachten stond met de gebroken nachten, het overviel me allemaal niet meer. Ik ben veel minder onzeker, heb sneller in de gaten wat er met Karlijn is. Geef gerust eerder een fles als ik merk dat ze honger heeft. Weet hoe ik een luier moet verschonen en hoe een baby in bad moet. De hulp van de kraamverzorgster was ook dit keer erg welkom, maar veel minder noodzaak dan de vorige keer. Het is heel fijn om je even een week niet druk te hoeven maken over de (af)was. En dat je na de lunch met een gerust hart kunt gaan slapen, wetende dat de kraamverzorgster op je baby past en eventueel de fles geeft. En dat je je kunt richten op het wassen van de baby en niet ook nog alles hoeft klaar te zetten en op te ruimen. Dat zal straks wel weer even wennen zijn 🙂 Ik zie er niet tegenop dat de kraamverzorgster morgen haar week bij ons afsluit. Ik heb er vertrouwen in dat wij het makkelijk redden en ik zie er ook naar uit dat we straks als gezin verder kunnen zonder ‘een vreemde’ in huis. Ook zie ik er niet tegenop dat Bernd volgende week weer aan het werk gaat. Ik heb er vertrouwen in dat ik het red. Het scheelt dat Joris naar de peuterspeelzaal en naar de gastouder gaat en ik dus niet fulltime voor twee kinderen hoef te zorgen. En dat lieve mensen hebben aangeboden dat Joris ook wel eens bij hun mag komen spelen. En dat Joris door lieve mensen wordt gebracht naar de gastouder (want lopend is het nog te ver en fietsen durf ik nog niet aan, ook volgende week nog niet).

Natuurlijk zijn er ook overeenkomsten. Ook nu ben ik moe 🙂 En ook nu kan ik ineens volschieten, zomaar, als ik Karlijn zie. Haar vasthoud. En zo blij met haar ben.

Advertenties