Tags

griep uitzicht

Mijn uitzicht vandaag.

Het is natuurlijk ook idioot om te denken dat de griep mij eens overslaat als half Nederland ziek is. Maar dit keer dacht ik serieus dat ik bespaard zou blijven. Helaas.

Woensdag: ik voel dat mijn neusholtes dicht gaan zitten en begin meteen met neusspray.
Donderdag: de hoofdpijn komt opzetten. Iets waar ik eerder niet zoveel last van had, komt de laatst tijd tijdens griep wel naar voren. Bonkende hoofdpijn als ik me verplaats. Maar ach, dit valt nog wel mee en ik eet wat paracetamolletjes (wie is de mol? :)).
Vrijdag 2.50: ik word wakker met enorm knallende hoofdpijn en besluit nog wat molletjes te eten. Het helpt niet. Ik lig op bed met een bonzend hoofd, dut af en toe in, besluit ’s nachts al de volgende ochtend de huisarts te bellen en mijn kraamvisite-afspraak in Vianen af te zeggen. ‘Gelukkig’ is Bernd thuis, herstellende van zijn griep-week en kan zich dus over de kinderen ontfermen, want ik kan echt niets met die hoofdpijn. Het zijn pijnscheuten die heel vaak komen en nog erger worden als ik me beweeg. Wat af en toe toch noodzakelijk is, want ik moet ook wel eens naar de wc.

Om 8.05 hang ik aan de telefoon met de huisartsenpraktijk en een uur later kan ik al terecht om bloed te prikken. Want geen infectie = geen kuur, maar uitzieken. Ik stap op de fiets, fiets voorzichtig om mijn hoofd te ontzien, maar zie niet dat het op sommige plekken glad is. En daar lig ik dan, onderuit gegaan in een bocht. Kan er ook nog wel bij. En reken maar niet dat er dan ook maar iemand naar me toe komt om te vragen of het wel gaat, terwijl er aardig wat mensen lopen. Wel merk ik dat mijn neus wat open is gegaan en de hoofdpijn ineens wat minder is. Ik fiets, voorzichtig, door naar de huisarts. Hoef niet lang te wachten en mag bij de assistente in het hokje komen waar ik word begroet met een ‘Zo, jij ziet er niet zo best uit’. Ze neemt wat bloed af uit de vinger en gaat ermee naar een ander hokje om de ontstekingswaarde te checken. Ik voel me licht worden in mijn hoofd, begin te zweten, assistente komt maar niet terug en ik besluit op de patiëntenbank te gaan liggen. Nog voordat ze terugkomt voel ik me alweer wat beter en ga weer op de stoel zitten. Ze komt terug. De waarde ligt rond de grens van wel/geen kuurtje, maar omdat ik er zo slecht uit zie (toch nog een voordeel van de val van de fiets), krijg ik een antibioticakuur en ontstekingsremmende (ofzo) neusspray mee. Hoera. Ik ga in de rij in de apotheek staan en voel me alweer licht worden en begin te zweten. Ik plof dus neer op een stoel. Als ik aan de beurt ben, sta ik weer op en mijn recept wordt klaargemaakt. Ik ga weer zitten. Recept is klaar, ik ga staan, voel me weer licht worden en begin te zweten, dus ga weer zitten waarna ik de hele uitleg van de medicijnen zittend te horen krijg. Ik denk alleen: niet flauw vallen, niet flauw vallen, gebruiksaanwijzing staat ook vast op het doosje. Gelukkig is de apothekersassistente nog wel zo lief om me een beker water te brengen, maar verder word ik aan het lot over gelaten 😦 Na een tijdje voel ik me goed genoeg om naar huis te fietsen, nog voorzichtiger en thuis begin ik te huilen. Thuis pas, dat valt me alweer mee 🙂 De eerste twee pillen ab mag ik pas met de lunch, dus ik ga op bed liggen, de plek waar de hoofdpijn nog een beetje draaglijk is. Ik constateer een grote schaafplek op mijn rechteronderarm. Een blauw plek in wording op mijn rechterbovenbeen en een fiks blauw plek in wording op mijn rechterheup. Gelukkig hebben we vallen en stoten crème. Ik kan van de pijn niet op mijn rechterzij liggen. Heel fijn: hele dag in bed is al een straf en nu wordt me ook nog mijn lievelingspositie ontnomen! Vlak voor de lunch slik ik de eerste twee pillen, maar al snel heb ik een emmer te pakken en komt alles er weer uit. Daahaag antibiotica. Ik bel weer met de huisartspraktijk en vraag wat ik moet doen. Na overleg met een huisarts mag ik, als de misselijkheid weg is, nog één pilletje slikken vandaag. Dat doe ik en deze blijft (tot nu toe) wel zitten. De rest van de week ook een pilletje per dag en maandag moet ik even laten weten hoe het dit weekend gegaan is. En nu zit ik in bed – warm, koud, warm, koud en weer misselijk – te wachten tot het pilletje gaat werken en te bedenken wat ik straks zal gaan eten. Want ik heb honger, maar ben ook misselijk. En zoek wat afleiding, want zo’n dag duurt héél lang.

Gelukkig is Bernd dus thuis, is op dit moment minder aan bed gekluisterd dan ik en kan Karlijn aardig goed de dag door helpen. Joris mocht vanochtend met zwager mee naar gym en speelt nu bij mijn schoonvader. Top, zo’n familie!

Advertenties