Tags

Ik kocht laatst een boek en las hem binnen een paar dagen uit: ‘De sleutel tot je kind’, geschreven door Charlotte Visch. Ik heb zo af en toe wat moeite met het gedrag van zoon Joris. Lees goed: IK heb moeite om er mee om te gaan. Joris is Joris en uniek, net als ieder ander kind. Met zijn leuke en soms ook minder leuke kanten. Maar hoe ga IK om met die minder leuke kanten? Zeg ik simpelweg ‘nee’? Dan stop ik de communicatie en heb ik een huilerig en zeurderig jongetje. Hoe voorkom ik dat hij dit gedrag gaat vertonen? Ik zocht handvatten en die vond ik in dit boek!

sleutel tot je kind

Ik ben er zo enthousiast over dat ik je graag wat vertel over wat ik heb geleerd en waarmee ik nu aan het werk ben. En: wat leidt tot ander gedrag! Bij mij, maar ook bij Joris.

In het boek gaat het over ongehoorzaamheid, zeuren, ruzie, liegen, geweld. Gedrag dat je kind vertoont, maar ook gedrag te je zelf (onbewust) vertoont. En aangezien kinderen heel veel leren door imitatie… je raadt het al, je wordt zelf ook aan het reflecteren gezet. Charlotte gebruikt heel veel (sprekende) voorbeelden uit haar eigen praktijk. Het zijn zulke goede voorbeelden dat die in mijn hoofd voorbij komen zodra zich een soortgelijke situatie voordoet bij ons thuis.

Door middel van het boek wil Charlotte de lezer helpen te begrijpen hoe je de gedragingen van je kind kunt herkennen als signalen en wensen van binnenuit. Je kind heeft een eigen taal, een eigen wijze van uitdrukken, die vaak anders is dan wat volwassen mensen denken te zien en te horen. Door het lezen van het boek krijg je de mogelijkheid om die taal te leren. En ik spreek uit ervaring: ik heb een nieuwe taal geleerd. En ik ben er heel dankbaar voor.

Zeuren
Het hoofdstuk waar ik mee begonnen ben en waar ik deze blog aan wil wijden, is ‘Zeuren’. Want dat kan Joris als de beste. Charlotte begint de inleiding met:
Stel je eens de volgende situatie voor. Je bent als vader of moeder een dagje naar de dierentuin. Het is lekker weer, de apen spelen leuk, kind geniet, ouder blij. En dan begint het. Ouder koopt ijsje voor kind. Kind likt. IJsje op. Kind zegt: “Ik wil nog een ijsje!” Ouder legt rustig uit: “Geen geld. Eén ijsje genoeg. Andere keer weer.” Kind gilt: “Nog een ijsje!” Ouder boos en reageert met iets als: “Ondankbaar … nooit meer mee … verpest ook altijd …” Ouder weg met krijsend kind. Weg gezellige familiedag met goed gevoel over ouderschap.

Herkenbaar. Of niet?

Zeuren: er op een vervelende manier telkens weer over praten of om vragen. Het is vooral de toon van het zeuren waar we geïrriteerd door raken.

En meteen wordt een positieve eigenschap van zeuren genoemd: zeuren is een teken van doorzetten. Kijk, als ik het zo bekijk, doet Joris het best aardig 🙂 Zeuren is herhalen wat je wilt. Er worden drie soorten zeurders en hun boodschap vermeld in het boek: kernwoordenprater, puzzelkletser en krachtmeter. Ik herken bij ons thuis voornamelijk de ‘kernwoordenprater’. De kernwoordenprater is bezig met zichzelf, met zijn gevoelens van behaaglijkheid die hij wil verlengen. ‘Ik wil nog meer cadeautjes!’ nadat hij er al vijf heeft gehad. Op dat moment kan het heel ondankbaar en hebberig overkomen. Charlotte zegt dat het kind waarschijnlijk bedoelt: “Ik heb zoveel geweldige cadeautjes gekregen en ik heb er zo’n fijn gevoel door gekregen. Dat gevoel wil ik langer ervaren.” En precies dat is bij mij herkenbaar. En hoe ga je dan vervolgens om met zo’n ‘Ik wil nog meer cadeautjes! Ik wil nog meer cadeautjes!’-boodschap volgens Charlotte? Als volgt:
Er zijn drie stappen: erkenning, troost en realiteit. En die stappen horen bij elkaar. Erken je kind in wat hij voelt en vindt en je kind zal zich gezien en gehoord voelen. De ouder zou kunnen zeggen: “Fijn gevoel krijg je van zo veel cadeautjes, hè?” (Stap 1, de ouder erkent hiermee het gelukzalige gevoel dat vele cadeautjes lijken te veroorzaken.) Vervolgens: “Jammer dat dit alles is wat je krijgt, want je zou best nog meer willen.” (Stap 2, de ouder geeft troost als reactie op het gevoel van teleurstelling en de fantasiewens om nog veel meer cadeautjes te krijgen.) En tot slot: “Je krijgt niet meer dan deze vijf cadeautjes.” (Stap 3, de ouder vertelt hoe het op dit moment is, geeft de realiteit aan, zodat het kind wordt geholpen om letterlijk en figuurlijk ‘uit de droom’ te komen.) Stap 1 en 2 herhaal je zo vaak als nodig is, tot je kind rustig is. Stap 3 is maar één keer nodig. En let er dan wel op dat je stap 3 niet sarcastisch brengt.
Ik werd me ervan bewust dat ik vaak begon met stap 3. Nu ik in zulke situaties eerst stap 1 en 2 doe en dan pas stap 3, merk ik dat Joris rustiger reageert. En ik (dus) ook. Hij heeft gewoon behoefte aan erkenning, ik begin zijn taal te leren!

Tips
Er wordt in het boek niet alleen informatie verschaft en voorbeelden gegeven, ook krijg je heel concrete tips voorgeschoteld. In hoofdstuk 1 onder andere de volgende, waar ik op dit moment zelf wat mee kan (sommige tips heb ik wat ingekort):
• Beperk regels in de opvoeding tot een paar die echt van wezenlijk belang zijn. Je zult merken dat sommige regels die je hanteert meer voor jou van nut zijn dat voor je kind.
• Maak je niet (te) druk over (te) kleine voorvallen als morsen, vieze kleuren, slordig eten. Integendeel: stimuleer deze kleine levenslesjes, zodat je kind kan leren van het oplossen van gewone probleempjes.
• Maak onderscheid tussen het opleggen van een regel en het maken van een gelijkwaardige afspraak. Een regel is een van boven opgelegd besluit. Een afspraak is een plan dat door twee gelijkwaardige partijen wordt goedgekeurd.
• Geef ook eens een uitdaging in plaats van een opdracht. Bijvoorbeeld: ‘Zo meteen gaan we naar buiten. Ik ben benieuwd wat je aantrekt, zodat je het warm genoeg hebt en geen kou vat.’
• Niet te snel helpen: daarmee beledig je het vermogen van een kind om zelf uitstekende oplossingen te bedenken. Misschien heeft je kind alleen een tip nodig. Suggereer deze tip in een vraag.

Niet alle hoofdstukken zijn, gelukkig, op dit moment nuttig. Ik heb wel het hele boek gelezen, maar ik heb veruit het meeste gehad aan het hoofdstuk over zeuren. Ik pas mijn gedrag aan door wat ik nu weet, maar ik kwam er (gelukkig) ook achter dat ik, wij, al best wel wat dingen doe(n) die als ‘tips’ worden gegeven. Oef, zo rampzalig is onze opvoeding dus ook weer niet 🙂

Advertenties