Tags

Als ik van huis naar het station loop, en andersom, kom ik langs het huis van meneer H. Meneer H. zit altijd in een stoel: kijkt naar buiten of slaapt. Soms zijn de gordijnen dicht en zie ik niets, maar meestal kan ik even naar binnen gluren. Op de een of andere manier fascineert deze meneer me. Op de salontafel staat een foto van een mevrouw; zou het mevrouw H. zijn? Ik zie verder nooit iemand in huis.

Op een dag in het najaar van 2013 heb ik met duo Puur een concert gegeven in Berkel-Enschot en heb na afloop een bloemetje gekregen. Zoals altijd zet Annegreet me ergens bij een station af, zodat ik met de trein naar huis kan. Zo ook dit keer. Met mijn rugtas, koffertje met concertkleren en lessenaar en bloemetje loop ik van het station naar huis. Ik heb heel sterk de neiging om bij meneer H. aan te bellen om het bloemetje te geven, maar ik durf niet. Dus ik loop naar huis waar ik de bloemen niet in de vaas zet, maar alleen in het water. Want die bloemen moeten naar meneer H. De volgende dag stap ik over mijn angst heen, neem Joris mee, wandel naar het huis van meneer H. en bel aan. Hij doet niet open; ligt te slapen in zijn stoel. Ik bel nog een keer. Waarom kan ik dit soort acties nooit ontspannen doen? Ik ben heel zenuwachtig. Zou ik niet gewoon weg kunnen lopen en de bloemen thuis in een vaas zetten? Meneer wordt niet wakker, dus ik klop op het raam. Meneer H. wordt wakker en loopt naar de deur. Ik geef hem het bloemetje en zeg iets als ‘dit bloemetje is voor u, alstublieft’. Meneer is nogal beduusd. We wisselen nog een paar woorden, maar ik weet al niet meer wat we gezegd hebben. Joris en ik lopen weer naar huis.

Een paar dagen of weken later (ik weet het niet meer precies) kijk ik uit het raam en zie meneer H. staan, aan de overkant van de straat en hij kijkt bij ons naar binnen. Daarna gaat hij weg. Sindsdien heb ik meneer H. nooit meer gezien. De gordijnen zijn altijd dicht; ik kan niet meer naar binnen gluren als ik naar het station loop. Altijd denk ik aan dit voorval als ik zijn naambordje bij de deur zie hangen.

Ik weet nog steeds niet wat me zo dreef om dit bloemetje bij hem te brengen, maar ik ben blij dat ik mijn gevoel gevolgd heb. Ik hoop dat ik hem een fijne dag heb bezorgd. Ik denk wel eens wat er gebeurd zou zijn. Zou mevrouw H. al een poosje geleden zijn overleden? Is meneer H. nu ook overleden? Of is hij opgenomen in het ziekenhuis of woont hij in een zorgcentrum? Er hangt geen te koop-bord aan het huis. Ik weet helemaal niets van meneer H, behalve zijn naam. Wat zou hij gedacht hebben toen ik het bosje bloemen kwam brengen?

Ik was erg zenuwachtig om mijn gevoel te volgen, maar ik hoop dat ik het juiste heb gedaan en dat ik vaker mijn gevoel kan volgen. Ook al weet ik niet altijd wat voor gevolgen dat heeft, voor mij, of voor een ander. Ik geloof wel dat mijn gevoel het vaak bij het juiste eind heeft.

Advertenties