Tags

,

Covey eigenschappen

‘De zeven eigenschappen van effectief leiderschap’ van S. Covey. Een inleiding op dit boek heb ik eerder beschreven.
Deze blog gaat over eigenschap 2: Begin met het einde voor ogen

Deze eigenschap komt neer op ‘bepaal je doel en werk daar naartoe’. Ook als het soms even anders gaat, of als je geen zin hebt: houd het doel voor ogen en handel ernaar.

Zoals ik in de inleiding schreef, denk ik bij leiderschap altijd aan ‘leidinggeven aan anderen’, terwijl het twee verschillende termen zijn. Covey verwoordt ze als volgt:

“Management is dingen goed doen; leiderschap is de goede dingen doen.”

En geeft daarbij als voorbeeld:
“Een manager probeert zo efficiënt en succesvol mogelijk de ladder te beklimmen. Een leider kijkt of de ladder tegen de goede muur staat.”

Er wordt gesproken over je kernparadigma’s: de lens waardoor je naar de wereld kijkt. Je kunt verschillende centra hebben, en elk centrum geeft een andere zekerheid, sturing, wijsheid en kracht met zich mee. Je kunt bijvoorbeeld een leven hebben met je huwelijkspartner als centrum of je gezin als centrum, of geld, of werk, of bezit, genot, vriendschap/vijandschap, geloof. Je kunt ook principes als centrum hebben. Goede principes veranderen niet, mensen of dingen wel. Zekerheid kun je ontlenen aan goede principes, je kunt erop vertrouwen. Ik kan je aanraden om hier in het boek meer over te lezen.

Wat me van dit hoofdstuk bij staat is dat als er geen betrokkenheid is, er ook geen toewijding is. Ik herken dit in sterke mate in al mijn werk. Als ik me niet ergens betrokken bij voel, dan doe ik mijn werk plichtmatig. Ik vind het niet leuk en ik krijg er ook geen voldoening van. Ik kan mijn werk veel beter uitvoeren als ik er helemaal achter sta. Als ik er het nut van in zie.

Advertenties