Tags

,

Covey eigenschappen

‘De zeven eigenschappen van effectief leiderschap’ van S. Covey. Een inleiding op dit boek heb ik eerder beschreven.
Deze blog gaat over eigenschap 3: Belangrijke zaken eerst

“Succesvolle mensen doen die dingen waar mislukkingen een hekel aan hebben. Niet dat mensen met succes dat soort dingen wel leuk vinden, maar ze kunnen hun afkeer ondergeschikt maken aan hun doel.”
Ik denk meteen aan een bezoekje bij de Etos laatst. Geen idee of de Etos hier in Meppel succesvol is, maar ik zag de bedrijfsleider net zo hard vakken bijvullen als de rest van het personeel. Ik geloof dat dat de kracht is van succesvol zijn. Jezelf naast je werknemers plaatsen in plaats van erboven. De bedrijfsleider had vast interessantere werkzaamheden voor zichzelf kunnen verzinnen, maar koos ervoor om met zijn personeel samen te werken.

Effectieve mensen steken de meeste tijd in activiteiten die niet dringend, maar wel belangrijk zijn (kwadrant II uit de tijdmanagementmatrix), als voorzorgsmaatregelen, werken aan relaties, erkennen nieuwe mogelijkheden, doen aan planning en ontspanning. Daarnaast werken ze een klein deel aan activiteiten die zowel dringend als belangrijk zijn (kwadrant I): crises, urgente problemen en projecten waarvoor een deadline geldt. Het resultaat is dan: visie, perspectief, discipline en controle en weinig crises. Ze besteden weinig tijd aan activiteit die wel dringend, maar niet belangrijk zijn (kwadrant III) en kwadrant IV: niet dringend en niet belangrijk.

Als ik naar mezelf kijk, zie ik dat een deel van mijn activiteiten zich de laatste maanden heeft verplaatst van kwadranten III en IV naar kwadrant II. Nu begrijp ik waarom ik steeds meer het gevoel kreeg effectiever aan het werk te zijn! Veel tips die worden gegeven voor effectief zelfmanagement herken ik en pas ik – net of al wat langer – toe: ik werk planmatig, doe niet vaak aan een dagelijkse, maar aan een wekelijkse planning. Ik heb dan niet zo’n uitgewerkt schema als Covey als voorbeeld geeft, maar in mijn hoofd werk ik wel volgens zo’n schema. Hiermee kan ik voldoende aandacht besteden aan de verschillende rollen die ik vervul.

Een typisch voorbeeld van niet dringend, maar wel belangrijk (kwadrant II) activiteit komt uit mijn middelbare schooltijd. Het voorbeeld is een combinatie van de eigenschappen 2 (begin met het einde voor ogen) en 3 (belangrijke zaken eerst).
Het is kerstvakantie, vrijdagmiddag, de eerste vrije middag. Mijn zussen gooien de boeken in een hoek om ze na de kerstvakantie weer op te pakken en wat doe ik (mij werd later pas verteld hoe versteld ze stonden, het was voor mij de normaalste gang van zaken): ik pak mijn Engelse boek met woorden en begin te leren. Alvast voor een toets na de vakantie. Ik weet dat ik het beste leer door herhaling, herhaling en nog eens herhaling. Bovendien is Engels niet mijn beste vak en weet ik dat ik daar veel tijd aan moet besteden. Door in de kerstvakantie regelmatig de woordjes te leren, weet ik dat ik ze goed ken en hoef ik niet de laatste dag nog te gaan stampen, en houd ik tijd over voor andere, leuker, dingen. Zo’n werkwijze is nogal typerend voor me. Ook nu nog staat harpiste Annegreet bijvoorbeeld nog wel eens versteld dat ik al muziekstukken aan het studeren ben voor duo Puur die pas over een paar maanden op het programma staan. Ik werk graag vooruit, zodat ik zo weinig mogelijk crisismomenten ken.

Advertenties