Tags

,

Laatst sprak ik een mede-zelfstandig-onderwijskundige tijdens een onderwijskundige afspraak en wat ik vrij snel dacht, was: “o, zij heeft zo veel meer ervaring!” Voorheen zou ik daar heel erg onzeker van worden: kan ik het wel, doe ik het wel goed? En daar zou ik dan ook nog erg lang mee zitten. Gelukkig merkte ik dat ik er nu anders mee om ging! Ik verplichtte mezelf te denken: “he, ik KAN dit, want ze hebben me er niet voor niets voor gevraagd. Laat ik dan vooral veel opsteken van mijn collega om nog beter te worden”.

Een dag later was ik me ervan bewust dat ik, zoals wel vaker, vaak kijk naar wat ik NIET kan of NIET aan ervaring heb (Ja-maar, dat kan ik niet). Inmiddels weet ik steeds beter wat mijn kwaliteiten zijn en wat ik WEL kan. Ik heb dan geen rijke ervaring als zelfstandig onderwijskundige, ik heb wel mijn rijke ervaring als zelfstandig ondernemend fluitiste en fluitdocent en mijn andere onderwijskundige werkzaamheden, en minstens zo belangrijk: mijn supervisietraject, waar ik nog steeds zo dankbaar voor ben zoals je merkt. En ik weet zeker dat een ander deze combinatie van ervaringen dan weer niet heeft. En dat al mijn werkervaringen misschien dan niet 1 op 1 toepasbaar zijn op nieuwe onderwijskunde klussen; mijn manier van werken, schrijven en oplossingen bedenken komen wel mede voort uit al mijn eerdere werkzaamheden. Kijk, dat heb ik maar weer mooi meegenomen. Ik ga vaker kijken naar wat ik WEL heb en wat ik niet heb: daar ga ik mee aan de slag. Leren, heerlijk!

Advertenties